Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overheid bij ingezonken bedrijfsleven. Taak der — 56. „ en bed'rijf. 41. „ en haar personeel. 79. „ en monopolistische bedrijven. 56.

„ met betrekking tot den middenstand. Roeping der — 107. „ Steuii verleenen aan de — 36. „ Taak en roepïlnig der — 54. Overheidsbedrijf. Doel van het — 62. „ en publiek. 63.

„ in den tegenwoorddgen tijd. Ontwikkeling van — 50.

„ Karakter van het — 60.

„ Loonvraagstuk in — 72.

„ Omschrijving. 60.

„ op de prijspolitiek. Invloed van het — 63.

„ Sociale gedachte in het — 84, 89.

„ Sociale mogelijkheid van — 86.

„ Vakvereeniging en — 78.

„ wegens principieele veroordeeling der

ondernemerswinst. Begeerte naar — 44. Overheidsbedrijven. Arbeidsvoorwaarden in — 83, 89. „ Beheer der — 65.

„ Bezwaar tegen — 48.

„ Prijsvaststelling in. — 89.

„ Staking in particuliere of — 89.

„ Verhouding tot personeel in — 72.

Winst uit — 71. Overheidsbemoeiing inzake den landbouw. 134. Overheids- en vrij bedrijf. Belatief familieloon eisch van — 296. Overheidsexploitatie. Argumenten ten gunste van — 83. Overheidsingrijpen bij verkeerde praktijken van kartels en trusts. 57.

„ met betrekking tot vrouwenarbeid. 229.

Overheidspersoneel. Staking door — 80, 83. Overheidsprijzen en marktprijzen. 83. Overheidssteun aan de arbeidende gehuwde vrouw. 218. „ „ den middenstand. 98.

„ „ aan naamlooze vennootschappen. 84.

Overleg plegen met personeel. 83.

P.

Pacht. Loonshoogte in verhouding tot — 136.

Pachtstelsel. 137.

Plarticipatiestelsel. 257, 263.

Particulier bedrijf. Ervaringen inzake, het — 50.

Sluiten