Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de eigenaardige opvatting dier onderwerpen als door het schilderachtige van zijnen stijl.

De liefde voor onze schoone moedertaal zat hem, als het ware, in het bloed: immers, ten huize van Antons grootvader, en met zijnen vader, ontving de beroemde J. F. Willems de eerste opleiding in de Nederlandsche letterkunde.

Het was derhalve natuurlijk, dat de jonge student aan het Gentsch Athenaeum zich dadelijk aansloot bij de schare van wakkere jongelingen, van welke J. Vuylsteke en Antons boezemvriend, de insgelijks reeds overleden E Cogen, de ziel waren, en die de Nederlandsche letteren, ondanks de weinige uren les, die hun in de moedertaal door het reglement over het middelbaar onderwijs werden gegund, tot een der hoofdvakken hunner studiën hadden gemaakt. Een genootschap werd gesticht, dat de beoefening der Nederlandsche literatuur en de verdediging onzer taal ten doel had, en later den naam van Taalminnend Studentengenootschap, onder kenspreuk „'t Zal wel gaan", aannam: Anton Bergmann was er een der eerste en ijverigste leden van.

In 1853, bij het eindigen zijner humaniora, werd hij als student aan de Universiteit van Gent ingeschreven. Een jaar daarna, op 28 Augusti, legde hij het tot de stadie der redhten voorbereidend examen in de wijsbegeerte en letteren af, in 1856 op 26 April het candidaats-examen in de rechten, en op 9 September van hetzelfde jaar dat in het notariaat. Hij volgde eindelijk gedurende eenigen tijd de lessen aan de Vrije Hoogesehool van BruS9el, waar hij op den 12 April 1858 tot doctor in de redhten werd uitgeroepen.

Deze verschillende examina, welke hij op eene uitstekende •wrjze onderging, hadden hem niet belet van tijd tot tijd een uitstapje op literarisch en historisch gebied te wagen: getuigen zijne bijdragen in de Gentsche Studentenalmanak-

Sluiten