Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken en in „Noord en Zuid", „Academische Mengelingen" en zijn „Philips van Marnix van Sint Aldegonde, plundering der hoofdkerk van Lier", waarin hij een punt uit de geschiedenis zijner vaderstad in het ware daglicht plaatste, en den grooten Brusselaar van eene vlek zuiverde, die partijzucht hem tot in de laatste jaren had aangewreven.

In 1858 vestigde hij zich als advocaat te Lier, en trad in het huwelijk met Mejuffrouw Eliza Van Acker. Een eenig kind, eene dochter, die den naam harer achtbare moeder draagt, is uit dien echt gesproten.

Weldra had hij als rechtsgeleerde de sympathie zijner ambtgenooten en het vertrouwen zijner medeburgers. gewonnen : allen achtten hem hoog om zijne rechtschapenheid en alomvattende kennis. Zijne drukke praktijk eischte hem nu geheel: hij gunde zich geen oogenblik rust en vergde te veel van zijn niet sterk gestel. Was hij reeds van in den beginne met rechtelijke bezigheden overladen, stond hij iedereen <— arm en rijk — met de meeste bereidwilligheid en belangloosheid ten dienste, toch wist hij nog menig uur aan letterkundigen arbeid en historische opzoekingen te besteden. Zijne twee „Rijnlandsche Novellen", die tintelen van echten humor en, naar het gevoelen van Dr. J. van Vloten, welke in Noord-Nederland er eene tweede uitgave van verzorgde, uitmunten door lossen en levendigen schrijftrant en geestige opmerkingsgave, kwamen in 1870 van de pers, en zijne „Geschiedenis van Lier", een zeer ernstig gewrocht, dat hem jaren zwoegens heeft gekost, en als een model van eene monographie eener kleine stad mag worden beschouwd, zag in 1873 het licht.

In het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, door Fr. Rens uitgegeven, verschenen verder van Tony drie novellen: Brigitta, Op St. Niklaasdag en Mariette la Bella, welke

Sluiten