Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste hij vervaardigde gedurende de slepende ziekte, waaraan hij zoo ontijdig is overleden.

Het was op het einde van 1873 en nog was zijn hoofdwerk „Ernest Staas" niet geheel afgedrukt, toen hij begon te kwijnen. Eerst dacht iedereen, dat hij leed aan een lichte voorbijgaande ongesteldheid, en hij zelf verloor zijne goede luim niet: doch zijn toestand wilde maar niet beteren, en eindelijk kreeg men de droevige zekerheid, dat er geene redding mogelijk was. „Ernest Staas" was verschenen, en alom werd dit prachtige werk, dat steeds als een der schoonste gedenkteekenen onzer herbloeiende letterkunde zal worden aangezien, met uitbundigen lof onthaald. Geschenkexemplaren werden door hem gedurende zijne ziekte aan zijne lettervrienden in Noord en Zuid verzonden, en in de laatste dagen zijns levens had hij nog het genoegen van alle kanten te vernemen, op welken hoogen prijs die „Schetsen en Beelden" werden gesteld. Gaarne echter had hij ook het oordeel over zijnen arbeid gekend van eenen man, dien hij meer dan iemand om zijnen kieschen smaak en zijne groote aesthetische gaven vereerde: Dr. Nicolaas Beets. Een brief van dezen kwam te Lier op het adres van Mr. A. Bergmann toe, doch het was te laat; reeds worstelde onze uitmuntende novellist met den dood, en de hooge ingenomenheid, waarmede Dr. Nicolaas Beets „Ernest Staas" had gelezen, kon, eilaas 1 aan den zieltogende niet meer worden medegedeeld: Anton Bergmann overleed den 21 Januari 1874. Hij had den ouderdom van negen en dertig jaren niet mogen bereiken.

Wij laten hier den brief van Dr. Nicolaas Beets volgen, ten bewijze, dat de vriendschap, die gedurende een lange reeks van jaren tusschen den gevierden schrijver van „Ernest Staas" en den steller dezer regelen heeft bestaan, dezen niet

Sluiten