Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betuiging zijner ware erkentelijkheid, in welgevallen aan van

Uw oprecht toegenegen Nicolaas Beets.

Deze zoo gunstige beoordeeling van „Ernest Staas" vond hare ofScieele bekrachtiging in het koninklijk besluit van 17 Juni 1875, waarbij door het Belgische Staatsbestuur aan Mr. Anton Bergmann de vijfjaarlijksche prijs van Nederlandsche letterkunde voor het tijdvak 1870-1874 werd toegewezen.

Anton Bergmann was een trouw bezoeker der Nederlandsche Taalcongressen, en onderscheidde zich in die vergaderingen van letterkundigen uit Noord en Zuid door zijnen practischen zin en fijnen, levendigen geest. Als jongeling reeds woonde hij het eerste dier Congressen bij, dat te Gent in 1849 gehouden werd, met zijnen vader en zijnen oom B. Schreuder, den oud-bestuurder van 's Rijks Kweekschool voor Onderwijzers te Lier, die er tot ondervoorzitter werd gekozen. Hij streed in de eerste rangen der liberale Flaminganten, en stond in zijne vaderstad aan het hoofd van de verschillende instellingen, die, zooals de Liberale Grondwettelijke Vereeniging, de Afdeeling van het Willemsfonds en de Volksbibliotheek, de verspreiding en verdediging der vrijzinnige en Vlaamsche grondbeginselen ten doel hebben. Hij stichtte er het weekblad „de Lierenaar", waarin hij met een buitengewoon talent den vijanden van de verlichting des Vlaamschen volks — den Ultramontanen zoowel als den Franschgezinden — duchtige slagen toebracht. Hij was lid van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden, van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde en Geschiedenis „de taal is gansch het volk" te Gent, van de Zuidnederlandsche Maatschappij van Taalkunde, en

Sluiten