Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE BEELDEN UIT HET VERLEDEN

GOEDE TANTE

Eenzaam en treurig zat ik op mijne studiekamer.

Ik had dien dag vervelende processen onderzocht, lange brieven nagezien, verdrietige wetboeken doorbladerd, en bevond mij gelukkig eindelijk in mijnen breeden leunstoel een weinig rust te genieten.

Het raam stond open. De warmte was drukkend. Half droomend volgden mijne oogen de phantastische vormen en donkere kleuren der zware onweerswolken, die log en traag voorbijdreven.

In de verte loeiden als een orkaan de duizenden stemmen der groote stad, en haar verward geluid kwam als een zware zucht uitsterven aan mijn oor. Was het begoocheling? Maar op eens schijnt het mij, dat ik, buiten, op het land, het geraas der waggelende populieren hoor, en dit melancholisch geruisen, dat mij eertijds zoo dikwijls wiegelde, roept mij eene geheele wereld van beelden en herinneringen voor den geest.

Het tegenwoordige verdwijnt met al zijnen last en kommer. Mijn ongezellig vertrek, mijne stofferige boeken en verdufte papieren zijn vergeten. Eene frissche wind blaast mij

Sluiten