Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De naijver was nu eens aangeprikkeld in de familie. De eene schoonbroeder wilde tegen den anderen niet ten achterren blijven, de zeeman zich door geen papierventje laten voorbijstreven. Op Piet volgde Mariatje, na Ernestus Gentilis kwam Frans, dan hadt gij Louis en Hendrik, en eindelijk vertoonden zich in bonte reeks, zonder orde of methode, Jeannetteken, Rosalieken, Julieken, Threseken, Jan, George, enz. tot groot genoegen van wisselaar en kapitein.

„Het zijn zegens des Heeren;

Maar zij houden de knoppen van de kleeren",

zuchtte Tante, als zij alweer een briefje uit de stad ontving.

Maar toch, op de eerste diligentie, die voorbijreed, nam zij plaats, voorafgegaan door de onmisbare Mie, vergezeld van den onafscheidbaren Man, en gevolgd [door drie, vier korven fruit en groenten uit den tuin. En, och Heer! 't waren toch allemaal kinderen harer zusters, het derde was haar zoo na als 't eerste, het vijfde zoo goed als 't vierde, en ik vraag het u, kon zij het een meer dan het ander in de wereld zenden zonder hulp of bescherming, aan killige luchten en koude voeten ten prooi?

Zoo volgde de eene plechtige belofte op de andere, en op 't laatst zag zich de goede vrouw belast met de versiering en verwarming van een dertigtal voetjes van allen ouderdom en kunne.

Doch hoe de neefjes ook vermeerderden, de nichtjes ook bijkwamen, en de voetjes ook groeiden — bij eiken verjaardag lagen de vier paar kousen gereed, behoorlijk geschikt, doelmatig geplooid, met naam en voornaam geteekend, en alle door Tante zelve gebreid van de beste Diestersche saai.

Sluiten