Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jongens voorop, de meisjes achteraan, is het Frans, die ons in rang stelt en in orde houdt.

Bij den „besteek" van Mamesel is het alweer Frans, die het best kan raden, wat wij aan de meestersé moeten opdragen, die de gelden inzamelt, de koffieserviezen of zilveren lepels en vorken aankoopt, en het eeredicht afleest, dat onveranderlijk begint met

„De lang gewenschte dag is eindelijk verschenen",

en zoo beweeglijk eindigt, dat al de kinderen aan het huilen vallen, en Mamesel*zelve, die niet licht van haar stuk te helpen is, eenen traan van aandoening wegpinkt uit haar bruin oog.

Doch de grootste, de uiterste zegepraal van Frans is de „respondeerdag", geduchte stond voor allen, en waarvan men geheel het jaar met schrik gewaagt!

Dan komt de onderpastor, met zijne rosse pruik, kleine grijze oogjes, rond kinnetje en gerimpeld gelaat, - welken men, naar ouder overlevering, den „eerweerdigen heer Scholaster" noemt, — om de kinderen te ondervragen, scherp te onderzoeken en zich te verzekeren, of de knechtjes en meisjes wel opgebracht worden in de vreeze Gods, goede zeden ende manieren.

Mamesel gaat hem tot beneden de trap afhalen, en wij, met de muts in de hand, staan achter onze bankjes, meer dood dan levend, den stond af te wachten, dat zijn scherpe blik zich op ons zal vestigen.

De eerste vragen loopen glad al; doch men bedriegt den eerweerdigen heer Scholaster niet. Hij gaat verder door, komt tot de moeilijkste punten, en doet ons ieder afzonderlijk te midden der school komen, om alle opstoken en fluisteren te beletten.

Wij staan te dubben en te stotteren, draaien met onze

Sluiten