Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen hem op te wassen. Wij schelen maar eenige strepen meer. Mijne krachten hebben zich ontwikkeld, de broeken worden te kort, de mouwen te eng, de kielen zijn reeds tweemaal uitgelaten, onz' Mie heeft moeite om den wasdom bij te houden. Het is klaar, dat ik een jongen word, en de nieuwe waardigheid legt mij nieuwe plichten op.

Waarom zoude ik het langer dulden, dat de kleine Bertha, het liefste meisje uit de school, geplaagd en getergd wordt, dat men haar naroept op de straat, hare boeken op den grond werpt, haar manteltje aftrekt, zoodanig dat het arme kind alle dagen weenend naar huis gaat?

Neen de wreedheid gaat te verre. Het zou laf wezen, die plaaggeesten, onder welke Frans de ergste is, niet te straffen.

Nochtans, indien die tergingen minder boosheid dan genegenheid bedekten, en enkel dienden om een ander gevoel te verbergen!

Dit denkbeeld is mij nog het pijnlijkste.

Het vervolgt mij dag en nacht. Want ik gevoel het aan de snellere bewegingen van mijn hart, aan mijn geluk in hare tegenwoordigheid, aan mijne droefgeestigheid, als zij niet daar is; ja, 't is zeker, - ik zie de lieve Bertha gaarne, en bezit kracht en moed genoeg om haar aan geheel de wereld te betwisten.

De vorige week, — het schijnt mij maar eene week, alhoewel er sedert zoovele jaren verliepen, — is de kleine Bertha naar school gekomen met een licht zomerkleedje aan, dat haar verrukkelijk staat, en een rond hoedje met twee lange witte linten op, dat het vriendelijk gelaat van het lieve meisje nog bevalliger doet uitkomen.

Frans heeft al twee-drie keeren met de wuivende linten getrokken. Het arme kind voelt, dat haar fraai toiletje, waar

Sluiten