Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik word rood van schaamte en woede.

En half uur werk ik met handen en zakdoek om het schandschrift, dat de lieve Bertha moet onteeren in de oogen der geheele stad, uit te vagen, en hoofd en beenen der twee afschuwelijke mannetjes te doen verdwijnen; doch den volgenden morgen staat op mijnen lessenaar een groot papier aangeplakt met dit beleedigend vers:

Dat Ernest Bertha bemint,

Staat hier geschreven in zwarten inkt.

Het rijm was niet vloeiend, maar griefde mij niettemin.

Ik wil het aftrekken en verscheuren.

De geheele school heeft het reeds gelezen en zingt het mij aan de ooren.

Mamesel komt het te weten. Zij houdt voortaan een oog in 't zeil, en dient mij eene boetpreek van twee uren toe, omdat ik door mijn schuldig gedrag schande en schade heb veroorzaakt aan haar établissement pour 1'éducation des deux sexes."

De tijd staat niet stil.

Ik bemerk groote verandering in mijn persoontje.

's Zondags heb ik eenen hoogen hoed op, verlakte laarsjes aan, een licht wandelstokje in de hand, en de frak van het aankomend jong heertje heeft den kwajongenskiel vervangen.

In de week ga ik met een pak boeken, door een lederen riempje tusschen twee plankjes gebonden, onder den arm. Ik

Sluiten