Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeft, zeker als zij is de gunsten harer meestersé nooit met anderen te moeten deelen, daar het houden van schoothondjes aan de Begijntjes ten strengste verboden is.

Voor het slaan van elk uur kent juffrouw Serruys een schietgebedeken, en wanneer de klok luidt op den naburigen toren, en de tonen van het orgel zich in de verte laten hooren, volgt zij met innigen eerbied den heiligen dienst, welken zwakheid en ouderdom haar niet meer toelaten bij te wonen in den tempel Gods, waar hare stee sedert jaren ledig blijft.

Sinds hare teederste jeugd woont juffrouw Serruys op het Begijnhof in hetzelfde huisje, en slijt, op denzelfden tree gezeten, over hetzelfde kantkussen gebogen, hetzelfde eentonig en eenvoudig leven, en nochtans is niets zoo opgeruimd als haar gemoed, niets jonger dan haar hart.

Hoe dikwijls heb ik mij toen gevraagd: hoe toch een mensch er kon toekomen zich tot zulk bestaan te veroordeelen 1

Sedert, ja sedert, heb ik meer dan eens getwijfeld, of daar, verre van de wereld, het oprecht geluk, de ware zielevrede niet huisden, en of men begijntje Serruys niet eerder benijden dan beklagen moest.

Zij heeft geenen tijd om hierover na te denken. De bruine bouten met zwarte koppen dartelen en springen onverpoosd op het blauw karton, dansen en huppelen den geheelen dag onder hare vingers. Eerst wanneer geen straaltje licht meer door de groene ruitjes dringt, en de bloempjes uit het hofje hunne kelkjes hebben gesloten, wordt het zware kussen afgezet, eene kleine wandeling door de kamer ondernomen, en eindelijk de kaars ontstoken op den koperen blaker, dié te midden der tafel, op een geborduurd tapijtje — een werkje van Bertha — zijne vaste plaats heeft.

Dit sein kent iedereen. De dames Hovill komen met

Sluiten