Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch geen, die meer in den haat staat dan Hubert Lauwers.

Nooit heb ik iemand meer regels uit den „Télémaque" weten overschrijven, meer werkwoorden zien vervoegen, meer pensums hooren krijgen dan die arme jongen. De goeden vluchten hem als de pest; de argusoogen der bewakers zijn altijd op hem gevestigd, en de leeraars bewaren voor hem hunne hardste verwijtingen. O, er is moed noodig om zich bij Hubert te durven aansluiten 1

Nochtans kan ik mij niet onthouden te vinden, dat die gehate Hubert, de verlaten banneling, de beste, de vroolijkste makker, de openhartigste en vrijmoedigste vriend is van geheel het gesticht.

Ik weet niet, hoe het komt: is het natuurlijke neiging of enkel toeval? wij verstaan elkander van de eerste week. Onze gevoelens komen zoo goed overeen, er bestaan zoovele aantrekkingspunten, dat wij'weldra onafscheidbaar worden, en voor elkander geene geheimen meer bezitten.

Welk zoet genot een vrij woord te wisselen, het benepen hart eens lucht te geven, eens te klagen over de leeraars maar vooral zich iets te vertrouwen uit het leven!

Dikwijls worden wij onder de avondrecreatie betrapt, arm aan arm wandelend, alhoewel het streng verboden is, en wij verwittigd zijn, dat „als jongelingen met twee te zamen zijn, de duivel tusschen hen staat."

De argwaan der regenten wordt hierdoor opgewekt, hunne waakzaamheid vestigt zich op ons, en alhoewel ik zoo plichtig ben als Hubert, begint men met hem zijne speeluren af te nemen onder eene verdubbeling van pensums en straffen.

Ik zie den armen jongen nog zitten in de ledige studiezaal, bezig met schrijven en wrijven met twee-drie pennen over elkander gebonden, zooveel kopij leverend op een half

Sluiten