Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondervinding en menschenkennis, vinden er een dubbel genot bij, om den „besten, onnoozelen jongen" in te wijden, en door onze lotgevallen te verwonderen.

Zoo kom ik er toe, op eenen zondagavond, dat wij na het lof, in een hoekje der klas, vertrouwelijk bij elkander zitten, geen leeraar ons nagaat, geen goede ons bespiedt, de geschiedenis der lieve Bertha te verhalen, onder tiendubbelen eed er ooit aan niemand, maar aan hoegenaamd niemand in de wereld een woord van te reppen.

„En zij heeft het boekje gezonden?" besluit met belangstelling de „beste jongen", die ons met open mond aanhoort.

„Vóór mijn vertrek ontving ik het te huis." „Gij bewaart het als een heiligdom?" vraagt hij met ontroering.

„Het verlaat mij nooit", fluister ik geheimzinnig, „maar het ligt op een plaatsje, waar niemand het zoeken zal..."

Ik wil niet verder spreken, alhoewel Hubert mij praamt,

en de „beste jongen" zoo plechtig het geheim belooft

Neen, die plaats zal aan mij alleen bekend blijven

Hetgeen niet belet, dat vijf minuten later Hubert en de „beste jongen" evengoed weten als ik, waar het geschenk der kleine Bertha berust.

's Anderendaags, na de Latijnsche les, roept mij de professor.

„Mijnheer Staas", zegt hij barsch weg, „de Bestuurder wacht u op zijne kamer."

Ik weet zeer goed, dat als de Bestuurder iemand op zijne kamer verzoekt, het juist niet is om hem een glas wijn aan te bieden; maar ik ben er duizend mijlen van verwijderd te raden, wat mij daar te wachten staat.

Schuchter klop ik op de deur.

4

Sluiten