Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Binnen!" klinkt het mij uit de kamer tegen, en als een plichtige, plaats ik mij voor de groene schrijftafel, rechtover mijnen rechter, die alleenlijk niet opkijkt.

Zijn scherp oog is op een dik schrijfboek gevestigd.

Men heeft mij wel eens verteld, dat er op de school een zwart boek bestaat, waarin elke leerling met naam en voornaam, oorsprong en toestand, karakter en neigingen, hoedanigheden en gebreken, deugden en misstappen zoo nauwkeurig afgeschilderd is, dat men, met eenen enkelen oogslag, alwie ooit de lessen volgde tot in het binnenste zijns harten kent. Nooit heb ik dit boek gezien; ik weet niet, hoe het gemaakt is, en toch houd ik het er vast voor, dat het op dit oogenblik voor den Bestuurder openligt aan de letter S en wel pp den naam Staas, Ernestus.

Tien minuten verloopen in pijnlijke vertwijfeling. Bij iederen tiktak van het ouderwetsch (horloge, voel ik mijn bloed verstijven.

„Uwe sleutels, Mijnheer Staas!" zegt eindelijk de Bestuurder, zich oprichtend en zijnen ijskouden blik op mij vestigend.

Ik reik hem bevend den stalen ring, waaraan wij onze sleutels bewaren.

„Gij bezit geene verboden voorwerpen ?" vraagt hij zonder eene mijner bewegingen uit het oog te verliezen.

„Niet dat ik weet", schud ik, verbleekend.

„Niets, dat tegen het reglement strijdt?" vervordert hij langzaam.

„Ik denk het niet", stamel ik, bevreesder dan ooit.

„Geene slech — te — boeken?" spreekt hij eindelijk met toegenepen lippen, op elke lettergreep drukkend, en mij in het wit der oogen starend.

Ik voel zijnen hatelijken blik doordringen tot in het ge-

Sluiten