Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

studiemeester zal u doen kennen, welke straf gij te vervullen hebt, en ik hoop voor uw tijdelijk en eeuwig welzijn, dat gij u beteren zult."

Het boekje bleef aangeslagen, en verdween in den diepen zak van den Bestuurder, in gezelschap van een pak chocolade en een dozijn sigaren, mijne laatste troostmiddelen, te midden van duizend gevaren binnengesmokkeld, die bij dezelfde gelegenheid in 'svijands handen vielen.

Ik moet het hier tot mijne schande bekennen: ik begreep maar niet, dat mijne misdaad zoo groot, mijn gedrag zoo plichtig was; doch te oordeelen naar de pensums, die ik kreeg, moet ik diep gevallen, schrikkelijk bedorven geweest zijn!

De straf duurde een volle week. — Den eersten dag kreeg ik zesmaal het werkwoord liegen, met al de tijden en wijzen,, tegenwoordige en toekomende, aantoonende en voorwaardelijke, gebiedende en onbepaalde; — 'sanderendaags moest ik tienmaal vervoegen „ik bezit geheimen, gij bezit geheimen" - den derden dag twaalf maal al de vormen van „slechte boeken lezen" schrijven — en den vierden honderd afschriften leveren van den zederegel: De zuiverheid des harten is de duurbaarste schat der jeugd. Gedurende de wandeling van den Donderdag, bleef ik opgesloten, met bevel den tijd in gepeins en meditatie. over mijn tuchteloos gedrag door te brengen, en als bekroning dier boetpleging werd mij ten laatste, in tegenwoordigheid van al de leerlingen, een sermoen toegediend, waarin ik als een monster van losbandigheid afgeschilderd, en mijn gedrag als eene afschuwelijkheid geschandvlekt werd.

Al mijnen tijd bracht ik aan die werkwoorden en pensums door, en ik kende gedurende de geheele week geen uurtje rust, alhoewel Hubert, die den beproefden vriend niet verliet, mij zijn toestel om met drie pennen te gelijk te

Sluiten