Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de schouders tikkend, „laat die gedachten. Ernestje kijkt u zoo vreemd aan", dan scheen zij op eens uit eenen langen droom te ontwaken, kuste en omhelsde mij, die, onbewust en onwetend, vroolijk juichte, omdat de tffflige vrouw verdwenen en de goede Tante wedergevonden was.

Sedert heb ik geweten, in welke tijden Tantes geest toen leefde, welke tafereelen hij dan in het verre verleden aanschouwde.

Onder de breede schaduwe van eenen eeuwenouden beuk zit een eerbiedwaardig man, aan zijne zijde twee lieve meisjes: het jongste een opgeruimd kind, dat met levendige blikken en half geopenden mond luistert, terwijl haar blond hoofdje op den schouder haars vaders rust, - het oudere eene prachtige jonkvrouw in al den glans der jeugd het zwartlokkig hoofd op den blanken arm geleund, verdiept in ernstige droomerij.

Aan de overzijde der tafel staat een jong officier in de schilderachtige kleedij der Duitsche vrijwilligers. Geestdrift en moed stralen uit de donkerblauwe oogen, en den beker opgeheven herhaalt hij het lied van Arndt en zingt hetvriie Duitsche Vaderland.

In de verte gaat de Junizon onder, en hare purperen stralen tooveren, door het rillende loover heen, als eenen krans van vuur en licht rondom het begeesterd gelaat van

den fleren jongen man

Het is nacht. Hier en daar dwaalt een fakkellicht over het verlaten veld, eenige schimmen glijden in het duister eenige gedaanten sluipen over den grond. Geen kreet geen geluid laat zich nog hooren op de plaats, waar zich weinige uren vroeger duizenden woedende stemmen verhieven- de strijd is uitgestreden, het slagveld is verlaten; zij die stil

Sluiten