Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortglijden, zoeken eene prooi; zij die wanhopig ronddwalen, zoeken eenen vriend.

Eene jonge vrouw, door eenen bejaarden man gevolgd, loopt en zoekt sedert uren rond. De hoop schijnt haar te begeven, wanneer in de verte de klagende tonen van eenen hond hare ooren treffen.

Zij snelt naar de plaats: aan den voet van eenen heuvel ligt wie zij zoekt, terwijl de weeklacht van den hond haar zijne geschiedenis verhaalt.

Man, de poedelhond, is al wat zij van Wilhelm levend wedervindt!

Ja, die prachtige jonkvrouw van onder den beukeboom, die wanhoopige vrouw van het slagveld, is de grijze Tante van heden. Wilhelm Stoltz is de gesneuvelde krijgsman.

Wilhelm studeerde te Weimar, toen de vrijheidskreet in Duitschland opging: klein en groot, arm en rijk stond op. Hij liet de boeken om het wapen te grijpen, en snelde ter verlossing van het duurbare land.

Spoedig tot officier der vrijwilligers benoemd, werd hij eenige dagen vóór Waterloo bij grootvader ingekwartierd.

Moedig en fier als hij was, vol geestdrift en vuur, had hij weldra het hart van het twintigjarig meisje gewonnen. Zij werd zijne verloofde, en na de zegepraal moest Tante, de tante van toen, den jeugdigen officier naar Duitschland vergezellen. De slag van Waterloo verbrijzelde al die hoop, en een klein ringetje, — de ring der verloving, — waarop een krais, een anker, en een hart: — geloof, hoop en liefde, — dat Tante nog aan hare vermagerde en verrimpelde hand draagt, — is al wat van dien droom eens levens overblijft.

Zij zelve verhaalde mij op dien avond, met aandoenlijken eenvoud, die smartelijke geschiedenis, en besloot met de

Sluiten