Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik had er boeken gelezen, en misschien slechte boeken

Ik had papieren voor den dag gehaald, en mogelijk gevaarlijke papieren!

's Avonds neem ik schuchter plaats in het diepste hoekje der zitbank en verstout mij niet op te zien.

Man, die op zijne gewone plaats zit heeft wel met zijn pootje te krabben, ik durf hem niet streelen.

Tante breit zonder mij aan te kijken.

Ik zie haar drie-vier keeren de priemen nederleggen en weder opnemen.

Eindelijk schudt zij het hoofd.

„Ernest", zegt zij met bevende stem, „gij' hebt mij waarlijk verdriet gedaan."

„Tante lief", smeek ik, diep getroffen.

»Ja» gij zijt ongehoorzaam geweest, en nu ziet gij, wat er van komt."

„Maar, Tante lief, als 't nu toch waar is, dat die papieren aan Mijnheer van Bottel toebehooren ?" poog ik te verschoonen.

„Dat is hetzelfde", antwoordt zij spijtig, „als Grootvader die papieren bewaarde, wist hij waarom. Men moet in rust laten wat in rust is: haal nooit oude koeien uit de gracht, zegt het spreekwoord, en wie weet, wat er uit die vergeten papieren nog kan voortkomen!"

In mijne oogen bestaat er geen sterveling, die meer reden heeft van voldoening en geluk dan onze vriend Van Bottel.

Hij is jonkman, en bemoeit zich met geene politiek.

Sluiten