Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijzen, de akten van goedenis en inbezitstelling, en bovenal een volledig grondplan, opghemaekt, ghelijkvormigh ende waerachtigh verklaert door den landmeter Bruneel, anno J. C. 1783.

Die ontdekking wekte bij den heer Van Bottel geheel nieuwe gedachten op. Hij verweet zich, dat hij zoolang zijn eigendom verwaarloosd, dit schoon stuk grond, zonder er eens naar om te zien, laten liggen had, en eer drie weken verliepen, stond hij te Erembodegem op zoek naar het land van nicht de abdis.

De weg was lang en stofferig, de zon gloeiend, de velden zonder lommer.

Neel Kiebooms, de pachter, die zijnen eigenaar te gemoet was gekomen, ging vooraf met zulke groote schreden, dat de arme ontvanger met zijn dik buikje en korte beentjes moeite had om stap te houden. Het zweet droop hem van het voorhoofd, de gilet stond open, de halsdoek hing los, de knopjes waren van den hemdsband gesprongen, en eindeloos strekte zich de zonnige veldweg uit.

„Is het nog verre, Neel?" hijgde en steunde de rampzalige Van Bottel, die wat adem wilde scheppen.

„Eenen boogscheut, Mijnheer", antwoordde zonder omzien de landman, die geenen tijd te verliezen had, en met verdubbelden tred vooruittrok.

En nochtans— als de pachter eindelijk stilhield en zegde: „Mijnheer, hier is het", was al de hitte verdwenen, al de vermoeienis vervlogen. De eigenaar stond tegenover zijn goed, kruiste de armen over de borst, en liet eenen helderen blik zweven over het gedeelte van Gods wereld, waar hij heer en meester over was.

„Schoon stuk land", riep hij uit, op de schouders van Kiebooms kloppend, „puik perceel, Neel, grond van eerste

Sluiten