Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klas!" Neel antwoordde met eenen drogen „hum, hum", die wel geen neen beduidde, maar ook voor geen ja kon doorgaan.

Doch de geestdrift van Mijnheer van Bottel was gelijk die van alle eigenaars voor hun land. In zijne oogen had het plekje alle eigenschappen, bezat het alle voordeden.

Hij sprak er over als van iets zonder weerga, liep het drie, vier keeren rond, en bleef op eiken hoek staan, overal nieuwe voordeden, onbekende hoedanigheden ontdekkend.

Eindelijk opende hij eene lange blikken bus, en 't plan van landmeter Bruneel kwam te voorschijn.

Ja, 't was wel dezelfde ligging, dezelfde vorm, ten zuiden de beek, daar de landweg, op den hoek de oude elzeboom, waarnaar de plek <ie benaming van den Krommen Els droeg. Mijnheer Van Bottel was ten toppunt van voldoening. Zijn land beantwoordde geheel aan de verwachting. Waarom op dit oogenblik Erembodegem niet verlaten? Hoevele beproevingen had hij zich gespaard? Maar, helaas!

Op eens viel het Mijnheer Van Bottel in te vragen: „Het perceel is toch twee hectaren, zeventien aren groot, en ...."

„O 'neen, Mijnheer", viel hem Neel Kiebooms in de rede, „twee hectaren zeventien aren, zooveel maat is er nooit geweest."

Van als de pachter van het bezoek zijns meesters gehoord had, was er bij hem maar ééne gedachte opgegaan: „die komt om mijne huur te verhoogen."

De lofredenen van Mijnheer Van Bottel, die hij had moeten aanhooren, de bewondering, die hij had moeten onderstaan, kwamen hem voor als zoovele voorbereidselen tot opslag.

Sluiten