Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgd van den moedeloozen Neel, naar het dorp: zij klopten aan bij den schoolmeester, die terzelfder tijd gemeenteontvanger, kruidenier, herbergier, koster en secretaris was, en bij al die hooge bedieningen eventjes genoeg verdiende om niet van honger te sterven.

Ter eere der bezoekers liet hij de school uit tot groot genoegen der jeugdige Erembodegemenaars, en vergezelde hem naar den Rooden Leeuw, de groote afspanning, waar de overheden van Erembodegem bijeenkomen, en waar in de gelagkamer eene eiken kast staat, die terzelfder tijd den burgerlijken stand, het archief en het kadaster bevat.

„Hier zult gij het bewijs uwer koppige dwaling hebben", zegde van Bottel, terwijl hij de plannen overliep, „hier is het stuk, wijk F no. 113... groot twee hectaren... aren".

De man stond als van den donder geslagen!

Ja, op dit eerbiedwaardige boek der openbare macht was het schelmstuk voltrokken. De Kromme Els, in plaats van zeventien, telde maar zes aren meer!

„Weet gij wel, Mijnheer", wendde hij zich tot den schoolmeester, „dat hier iets gebeurd is, hetwelk schrikkelijke gevolgen kan hebben ?... dat ik geen man ben om mij te laten ontblooten en het er niet bij laten zal?..."

De magister, opgevoed in eenen onbegrensden eerbied voor al wie eenen hoed draagt, beefde uit al zijne leden. ,,'t Is mogelijk, Mijnheer", stamelde hij, „maar wij hebben

de kaart niet gemaakt Als gij de oude plans wilt zien,

daar zal het misschien beter op staan?"

De eerste algemeene opneming der landgoederen, de plans van 't jaar 1811, werden te voorschijn gebracht.

Daar stond nu de Kromme Els met eene hectaar tien aren op aangeteekend.

Wat was de waarheid? Het kadaster van 1811 met tien

Sluiten