Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET STUDENTENLEVEN

Ik zou dus voor advocaat studeeren. Mijnheer Van Bottel moedigde mij aan; Tante gaf hare goedkeuring; Bertha vertrouwde mij blozend, dat zij fier zou wezen aan den arm van eenen doctor in de rechten te wandelen. Wat was er meer noodig om mijn lot onwederroepelijk te vestigen?

Om er een begin aan te maken huurden wij in de Vlaamsche Universiteitsstad, bij eenen Gentschen philister, die in visch en kruidenierswaren handelde, een kamertje in de zachte prijzen.

De stoffeering was niet schitterend; de karige meubeltjes kan men licht opnoemen: eene ronde tafel met afgegaan tapijt, vier biezen stoelen op drie prikkels, een withouten ledikant zonder gordijnen, eene ladenkas met gescheurde marmeren plaat. Het behangsel droeg ettelijke sporen van de stormen, die onder de regeering der studenten, mijne voorgangers, in dit verblijf gewoed hadden, en te eiken keer dat men de deur opende, steeg er van onder uit den kruidenierswinkel een gemengde geur op van haring en kaas van stokvisch en citroenen, kaarsroet en gedroogde appe'len, waaraan men zich met der tijd gewennen moest Doch de huismeester was een zoo rond en dik, vroolijk en lachend baasje, met dubbele kin en korte armpjes, de hospita had een zoo lief en vriendelijk gezichtje, en sprak

Sluiten