Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoren hoofd, stonden voor mij met modische frakjes, spannende broeken, scherpe knevels, golvende haren en wijd uitgekamde bakkebaarden.

Zij namen mij op van top tot teen, deden mij drie-, viermaal ronddraaien, en onderzochten mij van onder tot boven.

„Hij is de onze", verklaart voldaan de kleinste van de drie, die zijn rond hoedje op één oor draagt, en veel rekent op een hemelsblauw halsdoekje met gouden speld, om effect te maken in de wereld.

„Binnengepalmd!" bevestigt de tweede, terwijl hij de hand legt op mijn fraaiste sigarenkistje — een geschenk van Mijnheer Van Bottel, voor de groote gelegenheden weggezet, _ en zonder permissie eene mijner fijne panatellas opsteekt.

„Indien hij waardig wordt bevonden om met ons te strijden en te kampen!" spreekt statig de derde uit, die op de marmeren plaat der commode, met de beenen uiteen en de armen op de knieën, heeft post gevat, en mij uit de hoogte door een inquisitoriaal kijkglaasje beschouwt.

De lust om kwaad te worden, de zucht om mijnen persoon en mijn lokaal ungaibus et rostro te verdedigen, prikkelen mij geweldig: — dat ik nog eens collegejongen ware! — maar foei, ik ben student en vind het geraadzamer te lachen.

„Gezien en goedgekeurd", vonnist eindelijk de man van de commode, een blonde Vlaming, met lange haren, gekruld a la jeune Allemagne, die er op gezet is de Duitsche studenten na te bootsen, zich Ulrich en Ludoph laat noemen, eene bonte gilet en een gekleurd klakje draagt, en zeker de lange pijp en de Germaansche Schlage zou invoeren, indien hij maar een beetje aanmoediging ontmoette.

„Vorwdrts!" beveelt hij, zich van het meubel wippend,

Sluiten