Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Voorzitter, getergd en bijtend: „Ja, voor de vrijheid der luiaardij", en hij kijkt bitsig naar Ulrich, die altijd veel praats heeft, maar telken keere, dat het zijne leesbeurt is, met ledige handen aankomt en boet betaalt.

Bij dit woord, dat Ulrich voor eenen fait personnel opneemt, barst het onweder los.

De linkerzijde houdt zich voor gekwetst in haren hoofdman, wil het woord doen intrekken, springt recht en bedreigt.

De Voorzitter belt, roept tot de orde en wil dekabinetsquaestie stellen. He^ amendement aan art. 14 wordt te midden der grootste wanorde en onbeschrijflijkste verwarring in stemming gelegd en verworpen.

„Er blijft aan het bestuur niet over dan zijne waardigheid neder te leggen", verklaart plechtig de Voorzitter.

— „Des te beter", tiert Ulrich, en den knaap schellend: „twaalf biefsteken en twaalf glazen bier!" roept hij, om aanstonds de zegepraal der linkerzijde te vieren en de behoudene eet- en drinkvrijheid met der daad te bevestigen.

Zoo liep de eerste zitting af.

Zeker werd er in die jonge kringen veel tijd verspild aan verzoekschriften teekenen, reglementen maken en wijzigen, besturen benoemen en veranderen, voorzitters kiezen en afzetten; doch hoe weinig het ook op werken uitliep, — kon het anders onder vroolijke jongelingen? — toch droegen die maatschappijen het hare bij om het heilige vuur in de Vlaamsche harten, de broederlijkheid onder de studenten te onderhouden.

De biefsteken zijn nog niet opgegeten, of Ulrich heeft zijne veete reeds vergeten. Met het glas hoog opgeheven, vliegt hij op eenen stoel en stelt eenen verzoeningstoast in op den gevallen Voorzitter, welken hij verklaart lief te hebben als vriend en hoog te schatten als warmen, oprechten Vlaming;

Sluiten