Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarop deze antwoordt met eenen heildronk op de eendracht onder al de Vlaamsche strijders, die natuurlijk opgevolgd wordt door eene bonte reeks vreugdekreten op de eeuwige vriendschap, de onbreekbare banden, de verkleefdheid op leven en dood, en dergelijke onderwerpen even medesleepend als onuitputtelijk.

De Coninc, Artevelde, al de goden en helden van den Vlaamschen Olympus krijgen hun volle recht; de commando's ‚Äěledig tot op den bodem !" klinken aaneen, en wie durft

aarzelen, hoort zich met het vernederend piot schandvlekken.

Ik houd goed stand en ben geen piot! Ulrich hoeft niet te blozen over zijnen beschermeling 1

Een lid stelt voor op mijne blijde inkomst eenen vollen beker te ledigen.

Ik antwoord diep ontroerd, stamel iets over oude verkleefdheid aan de Vlaamsche zaak, alhoewel ik er nooit aan gedacht heb, en bedank met de tranen in de oogen over het gulle onthaal.

Ulrich klopt mij met voldoening op de schouders, als ik mij nederzet. Hij drukt mij de hand om mij te sterken en aan te moedigen. Doch het is niet noodig: aan mijn brandend voorhoofd, aan mijne blozende wangen, aan mijne benevelde oogen voel ik zelf, dat ik gegronde hoop geef een goede te zullen worden.

Doch, trouwe vriend, verkleefde patroon, verlaat Ulrich mij niet in dien akeligen toestand. Zijn arm dient mij tot steun, en alhoewel hij onderweg eene Ode aan Vlaanderen tegen eene gaslantaarn uitboezemt, een sonnet voor Haar aan eenen vergeten stootwagen opdraagt, en zijnen gevallen hoed een sermoen in drie punten toedient, sukkelen wij veilig en behouden tot aan den kruidenierswinkel. Driemaal werpt uit het Belfort de oude Roeland zijne

Sluiten