Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOCTOR IN DE RECHTEN

Wat zijn ze heerlijk, de eerste tijden aan de Hoogeschool! <^ Welk zoet genot zich, na zes jaren opsluiting en slavernij, vrij te gevoelen, noch dwang, noch pensums meer te kennen! eindelijk een man te zijn, die aan niemand meer rekenschap geven moetl

Later ziet men naar dien leeftijd terug als naar de vroolijkste dagen des levens: op het oogenblik zelf beseft men min zijn geluk.

De jonkheid wil maar immer vooruit, vooruit naar de toekomst, die zoo schoon en schitterend schijnt, vooruit naar het werkdadig leven, dat zoovele beloften moet verwezenlijken, zoovele droomen moet bekronen, en dat, eilaas! zoovele begoochelingen verbrijzelt.

Later, ach ja, later maar het is nog zoo laat niet.

Met vriend Ulrich, dwalen wij soms geheele zomerdagen rond, op de boorden van Lei en Schelde, of tusschen de kunsttuinen en lusthoven, die Gent, de Vlaamsche bloemenstad, omringen, dwepend met onze vooruitzichten, met onze ontwerpen, met al de droomen van onzen geest, met al de gevoelens van ons hart.

Ulrich bemint Sylvie, een bleek, opgeschoten meisje, nauwelijks de kinderkleederen ontwassen, met vlasachtig haar en witte, wenkbrauwen, slependen gang en glazige oogen,

7

Sluiten