Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iedere vacantie, die ik op het Pannenhuis doorbreng, versterkt onze kinderlijke genegenheid, vergroot onze jeugdige begoochelingen.

De zoo lang gedroomde toekomst schijnt te naderen: nog één stap en ik zet den voet op het betooverd strand, dat ik zoo dikwijls in mijne verbeelding heb gezien.

Nog eens word ik wakker op mijn studentenkamertje, dat ik door vier jaren verblijf heb leeren liefhebben, welks wanden zoo menig luidruchtig partijtje hebben gezien, zoo menig vertrouwelijk gesprek hebben gehoord.

Wat ziet het er heden akelig uit!

De stoelen liggen omgeworpen, de tafel staat vol ledige flesschen, de vloer is bestrooid met gescheurde schrijfboeken, sigaarassche, oesterschelpen en gebroken glas. Het

deftig borstbeeld van Prof. S staart verwonderd met1

eene papieren muts op; het afbeeldsel van den strengen

leeraar L , dat tegen den wand hangt, draagt eene

gapende wonde in volle borst; op de schouw staan een twintigtal bougies haren laatsten glim te geven, ik lig begraven onder al mijne jassen en frakken, broeken en gilets.

De haringreuk, die uit den winkel opstijgt, bevangt mij meer dan gewoonlijk, en is vermengd met ik weet niet welken walgelijken walm van verrookten tabak en vergoten wijn.

Wat is mij alles duister voor den geest! hoe dwalen mijne bedwelmende oogen rond!

Is dat mijn vroolijk, gezellig kamertje?

O ja, ik herinner mij.... gisteren heb ik mijn afscheid gegeven met eene verlichting a giorno, een feest zonder genade, en op de commode houden een twintigtal onthoofde champagneflesschen rondom mijn perkamenten diploma de wacht.

Sluiten