Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat mijn jeugd omringde. Mijn huisbaas reikt mij gulhartig de hand, mijne lieve waardinne verleent mij een laatste lachje, en treurig reik ik haar den huissleutel toe, die mij eens zoo plechtig werd ter hand gesteld, en die eenige maanden later voor eenen anderen collegejongen het studentenleven zal openen, dat thans voor mij voor eeuwig gesloten is.

De nieuw gepromoveerde advocaat zit op den spoorweg in eerste klas, met zijn diploma onder den arm, en met stoomsnelheid rijden wij de langgewenschte toekomst in.

Zal zij hare beloften houden, onze droomen bewaarheiden?

Ik weet niet, welke onweerstaanbare twijfel mij 't hart bevangt.

Ik zie de Universiteitsstad verdwijnen, met hare zwarte fabrieksschouwen en aïmoedige voorsteden, met haar oud Belfort en haren glinsterenden draak. Wij vliegen de Vlaamsche velden over, de slaperige Vlaamsche dorpen door, en steeds voel ik mijnen weemoed vermeerderen en met genepen hart nader ik het oude Pannenhuis.

Nochtans komt Man mij vroolijk tegengeloopen, streelt en lekt, springt en blaft. Tante staat gelijk altijd bij het hek.

De goede vrouw weent van vreugde. — Haar wensch is vervuld: Ernest, haar petekind, is advocaat!

Maar waar is Mijnheer Van Bottel? waar is Mistress Hovill, waar is de lieve Bertha, die altijd gereed stonden om den student na elk examen geluk te wenschen?

Ik kijk angstvol rond, ondervraag Tante met smeekende blikken; zij schijnt mij niet te begrijpen, en bestormt mij met onverschillige vragen, waarop ik verkeerd antwoord, en zij geen antwoord verwacht.

Sluiten