Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds zitten wij op de canapé, op de goede oude rustbank, waarin mijn hoekje zoo lang openstond, en nog gewaagt Tante geen woord.

„Hadt gij de tijding mijner komst niet ontvangen, beste Tante?" vraag ik schuchter.

„Wel zeker, Ernest, gij ziet wel, dat we u verwachten en het diner gereed staat."

„En de genoodigden", herneem ik, „die zullen later komen ?"

Tante kon niet langer de vraag ontwijken.

„Neen", antwoordt zij, eene onverschilligheid veinzend, die verre van haar gemoed is, „wij zullen maar met ons twee zijn. De dames hebben niet gewild, dat wij u voor het examen stoorden, en gelastten mij u in haren naam vaarwel te zeggen."

„Vaarwel", roep ik ontroerd uit, „heeft een ongeluk

Mistress Hovill getroffen, of " de naam der lieve Bertha

wil mij niet over de lippen.

„Mistress Hovill en hare dochter zijn beiden welvarend", herneemt Tante, „maar wij zullen ze wellicht zoo spoedig niet wederzien. Mijnheer Hovill heeft zijne vrouw naar ïndië ontboden, en gisteren morgen zijn zij te Antwerpen ingescheept."

Ik weet genoeg.... Op het: oogenblik dat de jury mij het diploma toereikte, en ik vol vertrouwen het leven inblikte, was het schip vertrokken, dat al mijne hoop, al mijne liefde medevoerde.

Tante drukte mij stilzwijgend de hand. Alhoewel ik haar nooit een woord van onze liefde zeide, begreep zij al de uitgestrektheid mijner smart: mijne droefheid vond weerklank in haar hart, dat ook nog bloedde aan eene wonde, welke de tijd niet heelen kan.

Sluiten