Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had de rechtbank uitgesproken, dat landmeter Bruneel misrekend had, zijn plan niet de minste waarde bezat, en de elf aren, de vermaarde elf aren, nooit hadden bestaan dan in de inbeelding van onzen armen vriend....

Voor de eerste maal sleet ik treurige vacantiedagen op het Pannenhuis. Eenzaam bezocht ik al de plekjes, getuigen onzer eerste spelen, onzer eerste genegenheid, onzer eerste bekentenissen. Haar beeld vergezelde mij op die pijnlijke bedevaart, welke ik iederen morgen met de tranen in de oogen herbegon en 's avonds met den dood in het hart eindigde. Op het Begijnhof ging ik soms het huisje „In den soeten naem fesus" voorbij, en herlas treurig het opschrift, dat, meer en meer door tijd en regen uitgewischt, welhaast voor immer zal verdwijnen; doch ik had den moed niet aan het vervallen poortje te kloppen: ik wilde het frissche beeld bewaren der plaats, waar wij eens zooveel geluk en zalige vreugde hadden gesmaakt.

Zonder leed zag ik het einde der vacantie naderen. Weldra zouden de rechtbanken hare zittingen aanvangen, en ik mijne loopbaan als advocaat beginnen, zonder beminde en zonder proces, zonder hoop en zonder steun.

Sluiten