Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stemmetje was, het zoo wel voorzeid te hebben en het zoo juist te zien uitvallen.

„Wat valt er uit, Mijnheer Joseph?" vroeg ik half gestoord.

„Hi, hl; hi! ik wist het te goed, ik ben hier te lang om het niet te weten: twee-en-dertig jaar zonder ooit eenen dag over te slaan. Mijnheer is het zestiende jongmensch, dat ik hier zie komen, en U mag het mij niet kwalijk nemen, maar het is juist gelijk bij de vijftien anderen, hi, hi, hi!" en het gegrinnik herbegon.

Wat moest ik van het mannetje maken? Was het niet fijn te huis, of hield hij mij voor den gek? Ik ben zeker, dat mijne oogen vlamden.

„Vergeef mij, Mijnheer", hernam hij half ontsteld, „ik lach maar om de papieren."

„Welnu, die papieren?" vroeg ik bitsig.

„Mijnheer mag niet boos worden; maar er is hier zoo weinig gelegenheid om te lachen, dat het eenen mensch eens goed doet. Ik had zoo gezegd tegen mijn eigen", en het mannetje zette zich overeind met de voeten op de sporten en de pen achter het oor, „het is October: daar gaat weder een van die jonge advocaten komen. Hij zal zeker Selderslag tegen Lammekens krijgen, en gij zult het zien, het zal niet bijten; en kon ik mij inhouden van lachen, als ik zag, dat het weer niet beet?" en het mannetje schokte op zijnen hoogen stoel, en zijn gerimpeld gezichtje kromp ineen van lust en genot.

„Staat er iets zoo zonderlings in die papieren ?" zeide ik, min ingelicht en meer getergd dan ooit.

„Er in staan, Mijnheer? dat weet ik niet: nooit heb ik er eene letter van gelezen. Ik ben hier, U weet, Mijnheer, om de cliënten te ontvangen, het vuur op te passen, de

Sluiten