Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij was bij uitstek een man van diepe studie en stalen ijver. * Hij werkte geheele dagen en halve nachten, genoot noch rust noch uitspanning; maar, gelijk meestal dergelijke personen, mistrouwde hij elk ander buiten zich zeiven, en kon er nooit toe besluiten het geringste deel van zijnen arbeid aan eene behulpzame hand over te laten.

Eenige opzoekingen doen, korte nota's leveren, die zelfs niet gelezen werden, was al wat hij aan zijnen jongen stagiaire overliet. Eene zaak behandelen^onderzoeken en afwerken, de cliënten ontvangen, spreken en raden, zoo verre ging het nooit.

Leerde ik niet veel pleiten in zulke stage, ik praatte te meer met Mijnheer Joseph. Wij waren dikke vrienden geworden.

Hij vertelde graag uit zijn leven, waarvan twee-en-dertig jaren achter den hoeklessenaar op den hoogen bureelstoel verliepen; hij verhaalde met lust van de cliënten, welke door Mijnheer Joseph geschat, gewikt en gewogen werden, aleer bij den advocaat toegang te krijgen; hij praatte eindelijk met fierheid van de pracht, die in het statig gebouw heerschte, van de rijke salons met heerlijke spiegels en groote lustres, waar Mevrouw receptie hield, en vooral van de schitterende feesten, die alle winters gegeven werden, waarvoor hij, Joseph, de invitatiekaartjes mocht invullen, en waarop hij, Joseph, in'de rol van suisse verscheen, geheel in 't zwart, met witten das en korte broek, en de genoodigden aankondigde.

Wat Joseph echter het grondigst bestudeerd had, waren de stagiaires, mijne voorgangers. Allen had hij tot op het hemd uitgekleed, kende hunne zwakheden en gebreken, had vergelijkingen gemaakt tusschen den handel en wandel van elk, en, gelijk de ontleedkundige, was hij opgeklommen du particulier au général, en tot den beslissenden grondregel ge-

Sluiten