Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch Bertha was zoo verre! Zou ik haar wel ooit wederzien ? Moest eene nieuwe wereld bij' haar geen andere denkbeelden opwekken? Kon zij te midden van de weelde, die haar wachtte, blijven denken aan het nederig huisje van het Begijnhof en aan onze kinderlijke, doellooze neiging?

Zoo wilde ik mijn hart bevredigen, en poogde ik eene verontschuldiging te viritien voor de onweerstaanbare drift, die mij weldra geheel overmeesterde.

Gedurende de twee eerste jaren stage had ik weinig aantrek voor het werk getoond. Ik kwam uren te laat op de studie, bleef zoo korten tijd mogelijk, dien ik dan nog met pennen vermaken, letteren trekken, handschoenen passen, sigaren aftoppen en moustachen zwarten aanvulde. Joseph moet in dien tijd gezucht hebben over mijne losbandigheid, en in mijn gedrag een nieuw bewijs hebben gevonden van den ondergang der rechterlijke deftigheid en van den nakenden val der advocaterij.

Sedert eenige weken echter is er verbetering. De stagiaire is opeens vlijtig, oppassend geworden. Hij wandelt op den ouden goeden weg, en Joseph krijgt nieuwe hoop.

De reden is, dat ik in de omstreken iets ontdekt heb, dat mij meer belang inboezemt dan Selderslag, mij meer studie waard schijnt dan Lammekens.

Het was op eenen Donderdagmorgen, — de kleinste bijzonderheden staan mij nog helder voor den geest, — wij pleitten, of beter de patroon pleitte, en ik droeg de dossiers naar de audiëntie, — maar dat heet onder stagiaires: wij pleitten, — de zaak der stad Ronse tegen Spiüemaeckers. Het gold eenen waterloop, welken gezegde Spiüemaeckers over de straat van voormelde stad Ronse wilde leggen, terwijl voornoemde stad Ronse alle hoegenaamd recht aan hooger gequalificeerden Spillemaeckers op dito straat ont-

8

Sluiten