Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lange, blonde lokken omgolfd, maakten op mijn beschroomd gevoel. Ik ademde niet meer, ik leefde niet meer, zoo scheen het mij ten minste; maar dat ik bedeesd en verlegen geen woord kon uitbrengen, is zeker.

„Mijnheer", zeide Freule Emerence, mij dunkt ten minste dat ik zoo iets hoorde, „wij waren hier gekomen om Papa te spreken: wij gelooven echter, dat hij niet in zijne werkkamer is."

„Vergeef ons, dat wij in het heiligdom der rechtsgeleerdheid hebben durven doordringen", voegde zij er met schalkschen blik en diepe buiging bij.

Ik stamelde iets van geene vergeving noodig, van eer, van geluk. Ik moet er mal uitgezien hebben; want de twee juffrouwen verlieten lachend het bureel.

Hare vroolijke stemmen weergalmden op het pleintje, hare voetstappen stierven uit in de gaanderij, als ik nog daar stond, op dezelfde plaats, met de stad Ronse tegen Spillemaeckers in de hand, zonder te weten, of mijn bloed nog vloeide, mijn hart nog klopte.

Eene stem-riep mij tot de wezenlijkheid weder.

„Mag ik uwe nota's verzoeken?" vroeg Mr. Adams jeune, die intusschen was binnengekomen, zonderdat ik zijne' aanwezigheid bemerkt had.

Ik viel uit den derden hemel plat op de aarde. Zonder te weten, wat ik zeide, begon ik mijne opzoekingen — vonnissen en arresten - dooreen te lezen met zooveel ontroering en snelheid, dat de goede man er zeker geen woord van begreep. Hij deed rnij teeken met de hand om mijnen ijver in te toornen; doch ik liep rasser en rasser, totdat hij mij eindelijk verzocht mijne rechterlijke beweegredenen met wat minder haast voor te dragen.

„De jongelingen", voegde hij er statig bij, „hebben een

Sluiten