Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar spreken? Maar waar? Hoe? Wat haar zeggen? Als ik vertel, dat ik de welsprekendste liefdesverklaringen der wereld opstelde, van buiten leerde, en tegen eenen stoel op mijne kamer met alle mogelijke gebaren voordroeg, zal ik niets nieuws verhalen. Wie heeft niet in zijn geheugen eenige brokken hangen van eene oude declaratie, met onuitsprekelijke inspanning samengesteld, en nooit uitgesproken ?

Ten laatste had ik, naar aanleiding van vele romanhelden, een gedacht opgevat, dat mij onfeilbaar scheen en mij tevens als uiterst fijn gekozen toelachte.

Zij was eene lentebloem, de schoonste tusschen allen: kon ik mij beter va* haar doen begrijpen dan door de taal

der bloemen? zonder in aanmerking te nemen, dat dit

mijne taak merkelijk verlichtte.

Van toen af werd ik een regelmatig bezoeker der bloemenmarkt, die te Brussel in een plomp ijzeren gebouw gehouden wordt. De toegangen zijn opgevuld met oude, verdufte boeken, de binnen-galerijen staan vol kramen, waarop afgetrokken hazen, gevilde konijnen,' geplukte kiekens en keurige ruikers nevens elkander te koop liggen, en door hunne vereenigde geuren een harmonisch geheel uitmaken, dat alles behalve po√ętisch is.

Het beroep van bloemenverkoopster is zoo eenvoudig niet als een gewoon mensch wel denkt. Niemand behoeft dieper menschenkennis, vlugger doorzicht dan een bloemenmeisje. Op den eersten blik moet zij kunnen onderscheiden: den neef, die eenen grooter ruiker wenscht voor den naamdag van menonkel, en voor eenen kleinen kost veel effect zoekt te maken; het kwezeltje, dat een goedkoop potteken wil voor de maand Mei; den jongen dandy, die eene camelia verlangt voor zijn knopsgat; de getroffene

Sluiten