Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WERKMANSBOEKJE

Terzelfder tijd dat ik op die ijvervolle wijze mijne stage deed bij Mr. Adams jeune, maakte ik kennis met eene andere rechterlijke instelling, eigen aan ons land, en wel eenige aanteekeningen waard.

Wij mogen in het algemeen niet roemen op oude, eigenaardige, vaderlandsche instellingen. Al wat wij bezitten werd ons uit den vreemde aangebracht: onze wetten en instellingen zijn importatie-artikelen. Van de gebruiken, die onze voorouders beheerschten, blijft bitter weinig, van de rechtbanken, die hen vonnisten, schier niets over.

Er bestond nochtans een tijd van roem en grootheid, toen onze vrijdommen en keuren tot bewondering strekten aan de volkeren, en dat de Vlaamsche burger mocht steunen op eigen recht en eigen vrijheid, als recht en vrijheid geheel Europa door ndg aan kluisters lagen.

Van de vroegste eeuwen waren de Vlaamsche gemeenten in bezit van Costuymen ende Usantiën, van Schepenbanken en Rechtscolleges, die den burger beschermden tegen willekeur en dwang.

Maar gedurig ook wendden de vorsten pogingen aan om 's lands gebruiken uit te roeien, 's volks voorrechten in te korten.

Niet één waagde het, om de inrichting op eens* geheel aan te vallen en te vernietigen; maar elk bracht nauwere beperkingen aan de aloude rechten.

Sluiten