Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de jongste tijden af was het aan de rechterlijke macht opgelegd „voor de arme endemiserablepersoonent'opineeren, t'adviseeren, de processen t'oversien ende finstrueeren, 't vonnis te resolveeren ende t'expedieeren om Godtswille ende sonder eenighen loon daeraf te hebben ofte te verwachten."

De bezorgdheid ging nog verder. De advocaten en rechters moesten niet alleen den arme „volkomen audiëntie" geven; het werd hun als een heilige plicht bevolen „den arme te gherieven ende te ontcommeren voor den rijcke, die naer comen soude."

De Fransche omwenteling schafte het pro Deo af. „Er zijn geene armen meer", had de Republiek verklaard: wat behoefde men hen te helpen.

Doch Koning Willem 1 schonk ons dit schoonste deel van de erfenis der vaderen weder. Een zijner eerste besluiten herstelde de rechterlijke bescherming der behoeftigen, en nog heden zijn het de decreten van den eersten Koning der Nederlanden, die de kostelooze proceduur regelen en beheerschen.

In eene der verhoorzalen der Brusselsche rechtbank vergaderen alle Zaterdagen de jonge doctors in de rechten.

Aan hen is de taak opgedragen de behoeftigen te verdedigen. Zij beginnen hunne loopbaan met een goed werk, en vinden tevens eene gunstige gelegenheid om hunne jeugdige krachten te beproeven. 4

Eertijds heette die vergadering „St-Ivo's-kamer," ter eere van den vermaarden patroon der advocaten, den eenigen, die zich ooit in den hemel praatte; thans draagt zij eenen Franschen naam, natuurlijk: het is le bureau des consaltations

Sluiten