Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zulke wetten worden er niet gemaakt", verzekerde ik met overtuiging. De ondervinding had mij nog niet geleerd, welk oneindig verschil er tusschen de wet en hare toepassing is, en ik wist nog niet, hoe soms de beste schikkingen verdraaid, vervormd en misbruikt worden.

„Zoo gaat het toch met mij", hervatte de arbeider. „Gedurende drie jaren heeft mijn meester mij geplaagd en getergd, mijn zuur verdiend loon achtergehouden, en thans dat ik eindelijk het ondraaglijk juk heb afgeschud, weigert hij mijn werkboeksken weder te geven. Ik ga van huis tot huis, bied mijne diensten overal aan, niemand waagt het mij te aanvaarden. Overal vraagt men naar mijn boekje, en als ik het niet voorbrengen kan, sluit zich elke deur. De bedreiging van mijnen baas zal zich nog verwezenlijken: „ge zult van armoe wederkomen of van honger sterven"... maar dan nog liever dood van honger 1" en de arme man borst in tranen los.

„Hebt gij dan schuld op uwen winkel, of is uwe taak niet afgewerkt?" vroeg ik hem deelnemend.

„Noch het een noch het ander, Mijnheer. Gelijk de baas mij behandelt, zoo leeft hij met al zijne werklieden. Den laatsten druppel bloed uitzuigen, en als wij willen ontvluchten, weerhoudt hij het boeksken om ons het werk onmogelijk te maken."

Zonderling voorval bij mijnen eersten stap op de rechterlijke loopbaan! Het gaf mij een verheven gedachte van het menschdom in het algemeen en van de werkbazen in het bijzonder!

Weihoe! de wet op de werkboekjes werd ingevoerd om de arbeiders te beschermen, hun hulp en krediet in moeilijke omstandigheden te verleenen, en de eerste toepassing, die ik er van ontmoette, was een werkman, die, dank aan

Sluiten