Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijne grijze oogen als een wondertje aankijkend, grimlachte hij spottend, terwijl hij tusschen zijne korte, scherpe tanden mompelde: „Zoo, zoo, de jongeheer is advocaat, wel, wel!" en mij nog eens opnemend, „mag ik weten, waaraan ik de eer van het bezoek eens advocaats verschuldigd ben?"

„Ik heb inderdaad de eer advocaat te zijn", antwoordde ik vrij snedig, „en de eer van mijn bezoek zijt gij verschuldigd aan uwen werkman Verstraeten, die mij met zijne zaak tegen u belast heeft."

Verstraeten was in de deur blijven staan. De patroon hield zich, of hij toen eerst zijne tegenwoordigheid bemerkte.

„Wel, Verstraeten", schertste hij, zonder mij verder te

bezien, „gij hebt eenen advocaat, zoo zoo ge moet van

centen weten, jongen 1 Een daglooner eenen advocaat hebben, het is waarlijk iets geheel nieuws..." en mij weder aanstarend: „Ik dacht, dat de advocaten maar dienden voor de burgers en niet voor "

„De advocaten dienen voor al wie onrecht wordt aangedaan", viel ik hem in de rede.

„Ik ben hier gekomen", ging ik met nadruk voort,. „om het werkboekje van dien man te eischen, dat gij tegen alle recht wederhoudt, en niet om uwe onbeleefde bemerkingen te hooren. Waarom weigert gij, wat uwen werkman toebehoort ?"

Staelens veranderde van kleur, zijn vaal gelaat werd doodsbleek. Hij behoorde tot die klas van menschen, welke, zonder genade voor al wie voor hen buigt, kruipend en laag worden, als men hun het hoofd durft bieden.

„Zoo heb ik het niet gemeend, Mijnheer de Advocaat", begon hij op lageren toon, terwijl hij achter zijnen lessenaar uitkwam om mij eenen stoel te brengen, „neem uw

Sluiten