Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijkdom gelijk met de bals en de feesten. Volgens uw snoeven en stoffen moest het hier dans en vreugd aaneen zijn: reeds den derden winter ben ik hier, en ik heb noch noot noch snaar gehoord."

Mijnheer Joseph was vernederd in zijne fierheid.

„'t Is waarschijnlijk, dat Mevrouw in den rouw is. De

familie is zoo groot " wilde hij uitleggen; maar in mijn

ongeduld scheen het mij, dat de familie de rouwplichten overdreef en misbruik maakte van het recht, om uit eerbied voor de dooden de levenden zonder vermaak te laten.

Mijnheer Joseph voelde zich gekwetst door mijnen toon ten opzichte der familie, en weigerde verder te spreken.

Op eenen morgen, toen ik binnentrad, zag ik iets buitengewoons aan onzen klerk. Hij keek mij glimlachend aan, wreef in de handen en wemelde op zijnen stoel.

Toen ik nederzat, verliet hij zijne plaats, en kwam mij op den schouder kloppen.

„Welnu, Joseph?" vroeg ik verwonderd.

Hij plaatste zijnen vinger voor den mond, verzekerde zich, dat al de deuren goed dicht waren, en zijn gezichtje vooruitstekend, hetwelk ditmaal zoo was opgeklaard dat het een blozend appeltje geleek:

„En de wagen?" fluisterde hij mij in het oor, „hebt gij hem voor de poort zien staan?"

„Welke wagen?"

„Wel, de verhuiswagen."

„Ha!" vroeg ik plagend, „gaat de familie het groot huis verlaten ?"

„Och kom", schudde Joseph, „de familie verhuizen! Hebt gij de tapijten en luchters, behangsels en spiegels, sofa's en fluweelen stoelen niet zien binnendragen ?"

„Zou het, Joseph?" hernam ik aanmoedigend.

Sluiten