Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haren waaier verbergen, - en van geeuwende papa's, die gedurig hun uurwerk uittrekken.

De zalen zijn reeds overvol en nog altijd duurt de stroom der aankomenden voort, en hoort men de stem van Mijnheer Joseph nieuwe namen aankondigen, zoodanig dat als ik voor de damé des huizes in twee plooi om mijn compliment te maken, mij nauwelijks eene lichte buiging te beurt valt, die ik dan nog met eenen zwaar gedecoreerden financier en eenen zwierigen, maar kaalhoofdigen kolonel deelen moet.

Maar wat geven mij de schitterende salons, de rijke toiletten, de frissche bloemen, de glinsterende diamanten? Ik zie ze enkel als eenen glans, waar mijne toovergodin in zweeft.

Zij wandelt met een verrukkend rozegazen toilet - haar smaak is zoo keurig I - aan den arm van eenen jeugdigen artillerie-officier, wanneer ik mij aan haar laat voorstellen.

Op haar balkaartje staan maar enkele dansen meer open, en als zij het hoofd buigt om mij eenen derden wals te' schenken, zie ik een weergaloos rozenkransje, dat eerder drijft dan rust tusschen hare blonde lokken.

Gelukkig kransje, onwaardeerbare bloempjes!

Wat zou ik niet geven om een enkel van u, het nederigste tusschen allen, te bezitten? '

Overal volgen mijne oogen de bekoorlijke knopjes.

Eindelijk kondigt het orkest den derden wals aan. Ik bied haar den arm, en voel haar handje rusten op mijn kleed.

Met vroolijke blikken kijkt mij het lieve meisje aan:

„Dat is nu de zesde jonge advocaat, met wien ik dans", zegt zij, „alle zeer aangename jonge menschen; maar" en hare stem neemt eenen vleienden toon, die de scherts verzacht, „wat doen eigenlijk al die jonge advocaten?"

Sluiten