Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Monsieur Lefinaud bemerkte het dadelijk.

„Gij zoudt niet beter kunnen wonen, Mijnheer'', verklaarde hij met eenen toon van overtuiging, die geene tegenspraak duldde. „Mijnheer zeide mij, dat hij advocaat is. Welnu, geef u enkel de moeite uit dit raam te kijken: de marmeren zuilen, die gij daar ziet, zijn de ingang van het paleis van justitie. Al wie met het gerecht iets te maken heeft, moet hier voorbijkomen, en belt natuurlijk bij den eersten rechtsgeleerde aan, welken hij op zijnen weg ontmoet."

Of dit wel zoo natuurlijk was, is eene andere vraag: in alle geval deed de reden indruk op Tante, die, vergezeld van onz' Mie op haar paaschbest, ter eere mijner instelling de groote reis naar Brussel ondernomen had. Zij veroorloofde zich nog slechts eene kleine aanmerking over den hoogen prijs. Zij moest afdingen gelijk al de vrouwen.

Monsieur Lefinaud wierp zijnen frak achteruit, plaatste zijne duimen onder de armen, en liet zijne vingers eenen galop spelen op zijne vuurroode gilet.

„Maar de ligging, Mevrouw!" riep hij uit. „Ik zeg maar dit enkel woord: de ligging! Daarin is alles besloten in eene groote stad. — Goede ligging: fortuin, — slechte ligging: ondergang en fail... liet!" en de kleermaker, fier dat hij zulke hooge stadhuiswoorden kende, trok het zoo lang hij maar kon.

„En failliet!" herhaalde hij nog eens, terwijl zijne vingers hun dansje op de roode gilet herbegonnen.

Tante aarzelde: de prijs ging hare berekeningen te boven, en zij keek nog eens rond, of er niets op af te wijzen of te verminderen viel.

Monsieur Lefinaud zag het oogenblik gekomen om den grooten slag te slaan.

„Mevrouw", hernam hij op ernstigen toon, zijne vingeren

Sluiten