Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verontwaardiging is de toon van advocaat Laarman Die man is verontwaardigd in 't begin, verontwaardigd in t midden, verontwaardigd op 't einde. Een hond, die verloren is, een gemeenschappelijke muur, die beschadigd werd een waterloop, welken men heeft opgestopt, een doorgang' die belemmerd is, brengen bij hem dezelfde beweging voort als eene misdaad of een moord. Hij is en blijft geërgerd en gebelgd. Moet hij de betaling vragen van eenen wisselbrief - verontwaardiging; eene uitvluqht vinden om eenen slechten betaler te verdedigen - verontwaardiging; een uithangbord doen intrekken, een uitstekend dak doen afbreken — verdubbeling van hoon en verontwaardiging. Ware de man dichter geworden in plaats van advocaat de leus „facit indignatio versus" had hem een hekeldichtdoen scheppen.

Plaatst tegenover dien woestaard het rond, dik altijd verheugd gezichtje van Procureur Willaert, en gij zult mij zeggen, of gij ooit iets vroolijker, blijgeestiger, innemender gezien hebt.

Onder ons heeten wij Procureur Willaert eenvoudig Pietje Willaert, eenen oprechten allemansvriend.

Pietje Willaert is zeventig jaar oud, heeft al de advocaten als aankomehngen gekend en nooit ziet gij hem dan omringd door de jongste stagiaires, die van hem het laatste nieuws willen vernemen.

Zijn schat vertellingen is grenzenloos, zijn voorraad woordspelingen en calembourgs onuitputtelijk. Een stadsgerucht door hem verteld, wordt een klein romannetje. De flauwste en gemeenste straatui door Pietje geschaafd, ingekleed verbeterd en merkelijk vermeerderd, wordt eene aardigheid, welke de jonge confraters doet uitbarsten en de meest dicht genepen lippen tot eenen glimlach plooit.

Sluiten