Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADVOCATENTROOST

In die weinig bemoedigende overdenkingen bracht ik mijne dagen door.

Schitterende droomen mijner jonkheid, hoe pijnlijk was de ontwaking!

Schoone beloften, hoe weinig werdt gij bewaarheid!

Men had mij verwittigd, dat het advocaatschap eene late vrucht was: — zal zij wel ooit tot rijpheid komen? Dat men moest kunnen wachten, lang wachten: — zal het op geen eeuwig wachten uitloopen?

Ik herinner mij nog, dat vriend August, sedert kort doctor in de geneeskunde uitgeroepen, — een geneesheer zonder zieken, gelijk ik een advocaat zonder zaken was, — mijne droefgeestigheid met zijne onmeedoogende plagerijen achtervolgde.

Hij had, ik weet niet waar, gelezen, dat Targot, een rechtsgeleerde van den ouden eed, zich tien jaar lang met de werken der grootste schrijvers opsloot, en eerst op zijn dertigste jaar zijn eerste woord voor eene rechtbank waagde. „Schep moed, heb geduld, jeugdige verdediger der weduwen en wezen", riep hij met comischen bombast uit, als hij 's avonds een sigaartje op mijne kamer kwam rooken, en wij eenige uurtjes in vertrouwelijken kout doorbrachten.

„Studeer die boeken, doorblader die folianten, steek uw hoofd vol Latijnsche machtspreuken; eens wordt gij zoo geleerd, als Targot en krijgt gij uw eerste proces op uw dertigste jaar."

„Ja", antwoordde ik, die nog altijd eenige hoop op juffrouw Clara koesterde, „die Targot kan een groot man

Sluiten