Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorwerp; want het meisje heeft misschien nooit geweten, welke blakende vlam mijn vriend voor haar koesterde.

Hij had haar nooit gesproken, nooit gegroet, zelfs nooit rechtaf aangekeken. Al de liefdeblijken bestonden in ontelbare wandelingen op den boulevard, en gelukte het hem, haar lief gezichtje te bespeuren achter de bloemen, die het venster versierden, dan kreeg ik zeker den opgeruimden vriend op mijne kamer en namen zijne confidentiën den geheelen avond weg.

„Wat is zij toch schoon!" zeide de goede jongen, „hoe bevallig hare houding, hoe teeder haar blik!" voor de stem moest hij geen bewonderingswoord zoeken, hij had ze nooit gehoord.

„Zie, Ernest, ik zal het haar mogelijk nooit kunnen zeggen, maar op aarde is nooit eene vrouw vuriger aanbeden, driftiger bemind geweest dan zij."

Ik wilde den jongen moed geven, hem tot handelen aansporen. August beloofde, doch bleef even bedeesd. Mijn geval bij Mr. Adams jeune was overigens niet van aard om hem veel goeds te beloven!

Op eenen avond kwam hij geheel ontsteld mijne kamer binnengestormd, plaatste zijnen stoel bijna op den mijnen, en stak mij zonder te spreken een visietkaartje in de hand. Te midden stond een vrouwennaam.

„Van haar!" riep ik verwonderd uit Ja, van haar, Ernest", hernam hij, zich met fierheid oprichtend.

„Mijne hartelijke gelukwenschen, beste vriend: ik wist, dat zij u beminnen moest."

„Ja maar", viel hij mij in de rede, „zoover zijn wij nog niet", en na driedubbele belofte — eeden vroegen wij niet meer — dat dit geheim dood zou blijven tusschen ons,

Sluiten