Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zij beginnen de cijfers te lezen, ik Iaat ze allemaal teekenen; maar als het aan mijnen naam komt, sta ik op. Ik ga naar de tafel, neem de pen in de hand en breek ze in honderd stukken. Ik sla het boek toe en werp het op den grond." En zij liet hare gebalde vuist zoo geweldig op mijnen lessenaar vallen, dat de inkt in de lucht sprong, tot groote besmetting van het groen tapijt, dat ik juist aangekocht had.

Mie ging er overheen met hare mouw, zonder hare uitlegging te onderbreken. „Ja, Mijnheer de Advocaat, dan heb ik ze het daar gegeven een uur lang, dat er de honden geen brood van zouden eten", en zij legde hare twee handen op de knieën, richtte het hoofd op, en bezag mij met oogen, waar hoogmoed en woede te gelijk uit straalden. Zij verleende zich een oogenblik stilte om den roem van dien strijd te genieten, en mij toe te laten hare heldendaden te bewonderen.

„'t Is mij onmogelijk te oordeelen " beproefde ik

nogmaals voor te brengen.

„Gij gaat alles weten, Mijnheer", viel zij weder in.

„Daar bleef het niet bij, ik vroeg: wie van u durft mij antwoorden ? ik zal ze allemaal vlak in het aangezicht zien.

„Niemand sprak, twee of drie schoven stillekens de zaal uit én de anderen dorsten zich niet meer verroeren.

„Willen wij dan stemmen?" vroeg de Voorzitter met zijne siropestem en dadelijk waren zij tevreden.

„Zij schreven hunne briefkens: ik houd mij stil. Zij steken ze in eenen hoed en willen ze gaan aflezen; maar dan roep ik: „halt!" Ik ga tot bij het bureel, ik neem mijne hand en ik werp al de briefkens zoo verre als ze vliegen willen. „Hier wordt niet gestemd, hier is quaestie van betalen, en al stemdet gij honderdmaal, daarmee zult gij

Sluiten