Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN PLUS EN STUYCK.

Juffrouw Plus had tegen Vrouw Stuyck geroepen: „ge zijt 'nen otter."

Dat kon Vrouw Stuyck niet over haar hoofd laten gaan: 'nen otter!

Zij antwoordde op staanden voet: „zwijg, venijnig serpent, bezie u zelve."

Daarop schoot Plus in volle gramschap, wierp haar borduurraam omver, liep de deur uit, zette de armen in de zij, stak haren scherpen neus onder de spitse kin van Vrouw Stuyck, en riep dat geheel de gebuurte het hoorde: „nog één woord, en gij komt niet levend uit mijne handen, betooverde negemassij!"

Daar stonden meer dan vijftig menschen rond.

Negemassij! Het ging over zijn hout. Wie zou het

uitgestaan hebben?

„Dat hoort gij, geburen!" riep Vrouw Stuyck. Zij nam de zaak in kennis en klaagde ze aan bij 't gerecht.

Doch Plus had den slag voorzien: zij vroeg ook getuigen, en liet een tegen-proces-verbaal opstellen.

Mijne gelukstar wilde, dat Vrouw Stuyck eene vriendinne was van de nicht van de zuster van de moeder van den meestergast van Monsieur Lefinaud. Zoo werd het geval op

Sluiten