Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik dacht, dat ik in den grond zonk, een dienaar in mijn poortje!"

„Een dienaar in ons poortje!" weerkaatste de dubbele echo.

Aan 't hoofd van het briefje, dat de oude mij toereikte, stond de gekende vrouw Justitia met den aartsvaderlijken blinddoek voor de oogen en de, geduchte weegschaal in de hand.

„Pro Justitia, vanwege de Wet en den Koning", zoo luidde het stuk: „Wij Commissaris van politie, ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank van enkele politie, bevelen aan alle deurwaarders of agenten der openbare macht te dagvaarden de personen van: 1°. Celestina Plus, kantwerkster, oud 39 jaar, 2°. Cornelia Stuyck, werkvrouw, oud 60 jaar, beticht van wederzijdsche scheldwoorden ende injuriën, mitsgaders vonnis te hooren uitspreken overeenkomstig de wet."

De traanvolle oogen van de arme Cornelia Stuyck, oud 60 jaar, staarden mij angstig aan, terwijl ik dit modelletje van rechterlijke letterkunde overlas. Mijn wetboek werd deftig opengeslagen, met ernst doorbladerd.

„De zaak is niet erg", bracht ik eindelijk met nadruk uit, en „de straf niet streng", en ik verzocht mijn eerste cliënte zonder achterhouding of mistrouwen de uitlegging te geven van haar belangrijk proces.

Het was eene geheele historie. Vrouw Stuyck verhaalde ze mij — in haren oorsprong, dien zij meende te moeten toeschrijven aan eenen ingeboren of gezworen haat van Juffrouw Plus tegen haar, Vrouw Stuyck; - in hare ontwikkeling, welke tien jaren duurde, sedert zij in hetzelfde poortje woonden; - in hare ontknooping, welke in het woord „otter" was Iosgeborsten; waarop de vriendin op hare

Sluiten