Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zonderling verschijnsel. Al de getuigen, die Plus deed opkomen, zwoeren en bevestigden bij God en zijne heiligen, dat zij Stuyck hadden hooren roepen „venijnig serpent"; maar dat Plus zou gezegd hebben „otter of negemassij" — zie, daar wisten zij geen woord van; terwijl de getuigen van mijne cliënte, integendeel, goed en klaar de scheldwoorden van Plus hadden onthouden, maar van 't geen Stuyck zou moeten gezegd hebben, geene enkele letter hadden opgevat.

Schoon thema voor eenen advocaat 1

De verdediger van Juffrouw Plus, een oude pleiter, wist er rijkelijk partij uit te trekken.

Hij keek mij vlak in de oogen, wierp eenen minachtenden blik op mijne arme cliënte, en zijnen rechterarm plechtig vooruitstekend, begon hij Plus af te te schilderen als eenen engel van goedheid en zoetaardigheid, miskend, achtervolgd, onderdrukt, gepijnigd door eene helleveeg, wier hatelijken naam hij niet wilde noemen, maar die weldra de straf zoude ontvangen voor ondeugd en snoodheid bestemd.

Hij onderzocht de waarde van elke verklaring en eindigde met aan den rechter dit geducht dilemma te stellen i

Of de getuigen van Plus zijn eerlijke lieden, — hun is geloof verschuldigd, en Plus is onnoozel, — óf het zijn valsche getuigen, en dat de wetten hen dan treffen.

„Kiest tusschen beiden", riep hij uit, „onderzoekt, weegt en wikt. Hier brave, beproefde menschen, wier verklaringen den stempel dragen van waarheid en oprechtheid, ginds de aarzelingen en de verzwijgingen van partijdigheid en kwade trouw."

Ik wist niet meer, waar ik stond. Die gebaren, die groote woorden hadden mij overbluft. Mijn pleidooi had ik nochtans zoo goed voorbereid 1

Sluiten