Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN LAATSTE DROOM.

Hel en vroolijk flikkert de avondlamp en verspreidt haren zachten glans over de groene werktafel heen.

O, zij wordt vroeg aangestoken en brandt soms laat in den nacht, de trouwe gezellin van den onvermoeiden arbeid!

Geen geluid stoort de plechtige stilte van het eenvoudig studeerkamertje. Op de tafel groeit het getal der bundels allengs aan, en de doorbladerde boeken getuigen van naarstige opzoekingen en diepe studie.

Zouden de pleiters de woning van den jongen advocaat niet meer voorbijgaan?

Ja, eenige, wellicht de nederigste onder hen, weten hem te vinden, geven hunne belangen in zijne handen, berusten

op zijne kennis en stellen vertrouwen in zijnen raad

en hij ondervindt meer en meer, dat, indien men hem op het college vooral leerde wat nooit te pas komt, men op de hoogeschool veelal vergat te onderwijzen wat hij dagelijks noodig heeft.

Zijne wetboeken zijn hem duurbare vrienden, zijne studiƫn een ware behoefte geworden.

Met vurige drift dwaalt zijn geest in den doolhof der wetten rond, waarin het menschdom, door de eeuwen en eeuwen heen, al zijn verzuchtingen en al zijn streven, al zijne droomen en al zijne vertwijfelingen, al zijne zwakheden en al zijne gebreken, en ook al zijn lijden en al zijne teleurstellingen heeft neergeschreven.

Sluiten